Sin en wille kinne folle tille

Mevrouw Wijning woonde samen met haar oudste zus in een appartement van een verzorgingstehuis. Ze konden het goed met elkaar vinden en hadden het naar hun zin. Maar haar zus overleed. En toen werd het stil. Erg stil. Op een buurtevenement kwam ze via een jonger zusje in aanraking met de Stichting ZVCL. En voor ze het wist, had ze elke maandagmiddag bezoek van Sandra. Via www.wehelpen.nl. Mevrouw Wijning: ‘Ze is als een dochter voor mij!’  

De ‘dochter’ glimlacht toegeeflijk en legt even haar hand op die van mevrouw Wijning. Ze hoefde niet lang na te denken toen ze over WeHelpen hoorde. Ze had zich gelijk aangemeld als hulpbieder. Sandra: ‘Ik heb drie tieners thuis. Die kunnen zich inmiddels wel redden. Ik vind het leuk om iets voor een ander te doen. En het klikt met mevrouw Wijning.’ Mevrouw Wijning vult aan dat ze ook hulp krijgt via professionele weg. Maar die mogen steeds minder binnen hun werkterrein. Mevrouw Wijning: ‘Ik moet drie pilletjes bij het ontbijt en drie pilletjes bij het avondeten. Die zitten in zo’n handig bewaardoosje met de dagen erop. Maar dat mogen ze niet voor mij vullen en klaarzetten. En als ik het zelf moet doen, dan liggen ze door de hele kamer verspreid!’ Ze lacht erbij, maar de blik in haar ogen zegt iets anders. Weer beweegt die ene hand naar de andere hand en geeft een geruststellend kneepje.   

‘Mijn zoon en schoondochter wonen in een dorpje verderop’, vervolgt mevrouw Wijning. ‘Ik zie ze regelmatig, maar ze hebben ook hun eigen leven.’ Ze wijst op een tegeltje aan de wand. ‘Dat heb ik nog van mijn moeder gekregen. Het betekent zoveel als “Als je met plezier je werk doet, kun je veel tegenslag verdragen”. En dat geldt ook voor mij. Ik probeer er gewoon het beste van te maken. Dat lukt prima, als ik hier en daar maar wat hulp krijg. En daar zorgt Sandra nu voor.’  

‘Want weet u’, zegt mevrouw Wijning op vertrouwelijke toon: ‘Ik ben er een van twaalf. We zijn goed opgevoed. Ook tijdens mijn huwelijk zorgde ik dat alles er piekfijn in orde uitzag. Nu ik het niet meer allemaal zelf kan, wil ik toch graag dat het allemaal netjes blijft. En Sandra zegt ook gewoon ‘nee’ als het niet uitkomt. Dat vind ik fijn, dan weet je waar je aan toe bent.’ Nu schatert Sandra. ‘Ik draag mijn steentje bij. Laatst hadden ze de mouwen van de jas van mevrouw te kort vermaakt. Het was géén goedkope jas. Maar ze werd zo naar huis gestuurd! Dat kan er bij mij niet in, dan kom ik in actie en gaan we samen even langs.’ Sandra heeft het zelf ook niet gemakkelijk gehad met haar gezondheid. ‘Maar dat sterkt me juist om dit te doen. Ik krijg er zo’n goed gevoel van! Alleen daardoor al maakt het mijn leven ook een stukje mooier en gemakkelijker. En als het dan ook nog klikt, dan komt de tekst op dat tegeltje pas echt tot z’n recht.’

 

{##}